Excursie Oisterwijkse Vennen,
14, 15 (determinatiedag) juni

Aan deze dagen namen deel: Peter Coesel, Mieneke Doorman, Ton Joosten (alleen 14 juni), Frans Kouwets, Koos Meesters, Henk van der Meulen, Jan Parmentier, Frans Roefs (alleen 14 juni) en Henk Schulp.

Op 14 juni werd, evenals vorig jaar onder buitengewoon plezierige weersomstandigheden, een bezoek gebracht aan een aantal vennen bij Oisterwijk, onder begeleiding van Frans Roefs. Gestart werd bij het Voorste Goorven, waar het merendeel der deelnemers door Henk Schulp geloodst werd naar de in zijn ogen beste monsterpunten, .aan de westzijde van het ven. Frans Roefs en Jan Parmentier beijverden zich inmiddels om de door NS-problemen vertraagde Henk van der Meulen alsnog bij het station Oisterwijk op te pikkenDat Frans Roefs niet voor niets als officiële begeleider was uitgeroepen, bleek toen de gelederen zich weer hadden gesloten (pas bij de lunch in de Venkraai!).Frans Roefs, die met Jan Parmentier en Henk v.d. Meulen ‘s morgens het Achterste Goorven had bemonsterd, voerde ons aan het begin van de middag naar de noordoostzijde van het Voorste Goorven, naar zijn ervaring de rijkste plek. Inderdaad bleek later deze locatie aanmerkelijk interessanter dan de westzijde (zie Evaluatie soortenlijsten) Ter plekke werden door Peter electrometrisch pH en EGV (electrisch geleidingsvermogen) gemeten.

klik voor vergroting
kaart van Natuurmonumenten

.
Klik voor
vergroting

De algenmonsters werden verzameld door het uitknijpen van ondergedoken en drijvende waterplanten, merendeels Knolrus (Juncus bulbosus), lokaal ook Moerashertshooi (Hypericum elodes).
In aansluiting op het Voorste Goorven waren ‘s morgens door de ‘groep Schulp’ ook nog het Witven en het Van Esschenven bemonsterd, wederom op plaatsen waar Henk in het nabije verleden goede ervaringen had opgedaan. In geval van het Witven betrof het enkele zandige oevers aan de noord(west)zijde, met in het aangrenzende water dichte vegetaties van Knolrus; bij het Van Esschenven werd bemonsterd bij een knuppelbruggetje aan de zuidzijde, met in het water eveneens veel Knolrus, en op de bodem een beginnende Veenmosontwikkeling. Opvallend was het ontbreken van Moerashertshooi in het Van Esschenven, waar deze soort in Voorste Goorven en Witven op tal van plaatsen de oevers sierde.
Aansluitend op de bemonstering van de noordoosthoek van het Voorste Goorven, aan het begin van de middag, werd doorgestoken naar wat verondersteld werd het Achterste Goorven te zijn, maar dat achteraf — bij bestudering van kaartmateriaal — teboek blijkt te staan als het Middelste Goorven. Hoe dan ook betreft het een van de Centrale Vennenreeks geïsoleerd ven dat niet werd betrokken bij de in de vorige eeuw uitgevoerde schoonmaakacties (zie Evaluatie monsterlijsten). Opvallend was de dikke, zwarte modderlaag op de bodem, aan de oevers overgaand in een Veenmosdek. Bemonsterd werd door uitknijpen van Veenmos.
Op grond van goede ervaringen, de laatste jaren door Frans Roefs opgedaan met het Beeldven, was in de middag ook een bezoek aan dit meer noordelijk gelegen ven gepland. Gemonsterd werd aan de westzijde van het ven waar zich een fraaie verlandingsgordel bevindt met o.a. Moerashertshooi, Knolrus en Klein blaasjeskruid. Op de terugweg naar de auto’s werd ook in de aangrenzende Kievitsblek gemonsterd: een nat terrein met heide en Gagel (Myrica gale), in slenkjes met veel Veenpluis (Eriophorum angustifolium), Beenbreek (Narthecium ossifragum) en Ronde Zonnedauw (Drosera rotundifolia).
Tenslotte werd het, minder bekende, meer naar het zuiden gelegen Klokketorenven bezocht, verwelkomd door een luidruchtig kikkerkoor. De vegetatie, een uitgebreid submers Veenmostapijt met lokaal langs de oever o.a. Waternavel (Hydrocotyle vulgare), Waterbies (Eleocharis palustris) en Kleine lisdodde (Typha angustifolia) wees op een zuur ven met duidelijke eutrofiërings-invloeden.

Op 15 juni werden de verzamelde monsters bekeken in een der practicumzalen op het Biologisch Centrum, Universiteit van Amsterdam. Na de uitzonderlijk rijke monsters zoals die het vorig jaar verzameld werden uit Ankeveense petgaten en Het Hol, viel de oogst voor sommige deelnemers iets tegen. Toch viel er meer dan genoeg te genieten en te discussiëren.. De aanstaande winterbijeenkomst (beoogd in december/januari) wil hij een wat andere invulling geven dan die van afgelopen februari. Naast een gedachtenuitwisseling m.b.t. de website zal een duidelijk accent moeten liggen op presentatie (door zoveel mogelijk leden) van eigen waarnemingen (zo mogelijk aan de hand van dia’s, foto’s of tekeningen), een nadere evaluatie van de afgelopen excursie en een bespreking van het nieuwe excursiedoel.