Wat zijn Sieralgen? |
|
Sieralgen zijn eencellige micro-organismen behorend tot de groenwierfamilies Mesotaeniaceae en Desmidiaceae. Ze houden zich op in zoete, stilstaande wateren. Hoewel ze onder de eencelligen tot de reuzen kunnen worden gerekend, zijn de grootste vertegenwoordigers maar net met het blote oog te zien als uiterste fijne, groene spikkeltjes. Voor het bestuderen ervan is een microscoop dan ook onontbeerlijk. Onder het microscoop (met een vergroting van 40 tot 400x) blijkt pas hoe sierlijk de meeste soorten zijn. De frisgroen gekleurde cellen vertonen een opmerkelijke symmetrie. In feite is elke cel opgebouwd uit twee halfcellen die elkaars spiegelbeeld zijn. In de smallere of bredere verbindingsbrug tussen de twee halfcellen is de celkern gelegen, maar die is meestal slechts met specifieke kleurstoffen zichtbaar te maken |
|
|
|
De vorm van de halfcellen
(semicellen) kan zeer sterk uiteenlopen: van min of meer bolvormig tot
plat schijfvormig of langgerekt spoelvormig; niet zelden ook is het semicellichaam
meer of minder diep ingesneden of voorzien van armvormige uitsteeksels.
De celwand kan glad zijn, maar vaak vertoont ze een opvallend patroon
van korrels, knobbels of stekels. Een uitbundige celwandornamentatie,
al of niet in combinatie met diepe insnijdingen of lange uitsteeksels
van het semicellichaam, gevoegd bij de opvallend symmetrische bouw, verleent
deze algen de vaak uitgesproken sierlijke aanblik waaraan ze hun Nederlandse
naam hebben te danken. |
|
||||||
| Ook heel geschikt zijn kleine, met mos begroeide putjes en slenkjes in veengebieden. In het algemeen lijkt daarbij te gelden dat: hoe verfijnder en diverser de structuur van het plantendek, hoe rijker en interessanter de erbij behorende sieralgenflora. Sieralgenverzamelaars doen er dus goed aan de mooiste plekjes in de natuur op te zoeken. (bijvoorbeeld een vennetje met veenpluis) Vanwege de gebondenheid aan schone, relatief voedselarme wateren, vormen de sieralgen in grote delen van de wereld een sterk bedreigde organismengroep. Omdat de meeste soorten slechts bij zeer specifieke combinaties van milieufactoren voorkomen en ze daarin onderling vaak sterk verschillen zijn het uitmuntende milieu-indicatororganismen en lenen ze zich ook goed voor de monitoring van natuurwaarden. |