Determinatiewerken voor sieralgen
|
- W.
& G.S. West: A Monograph of the British Desmidiaceae
Volume 1. 1904; Vol. 2. 1905; Vol. 3. 1908; Vol. 4. 1912; Vol. 5 (completed
by N. Carter). 1923. Ray Society, London
Photomechanical
reprint (all 5 volumes) by Johnson Reprint Corporation, New York/London:
1971.
Links: Deel 1-5 zijn doorzoekbare pdf-bestanden.
Onder
de sieralgenflora's die geheel voltooid zijn is dit nog altijd de beste,
hoewel deel 5 (tot stand gebracht door Nellie Carter, na de dood van
vader en zoon West) duidelijk minder betrouwbaar is dan de eerste vier
delen. Aangezien de flora bijna een eeuw geleden werd geschreven, is
ze natuurlijk wel op een aantal punten verouderd. Er zijn inmiddels
nieuwe soorten beschreven en ook de taxonomische en nomenclatorische
inzichten betreffende een aantal eerder beschreven soorten hebben veranderingen
ondergaan.
Hoewel gericht op de soorten bekend vanuit Groot Brittannië, is de flora
ook goed bruikbaar in andere Europese landen. Zowel de originele uitgave
als de herdruk zijn alleen antiquarisch verkrijgbaar.
- W.
Krieger: Die Desmidiaceen Europas mit Berücksichtigung der aussereuropäischen
Arten
Dr. L. Rabenhorst's Kryptogamen-Flora von Deutschland, Österreich
und der Schweiz. Band 13, Abteilung 1.
Teil 1, Lieferung 1. 1933; Lief. 2. 1935; Lief. 3-4. 1937. (link betreft scans in pdf-formaat)
Teil 2, Lieferung 1. 1939. (link betreft scans in pdf-formaat)
Akademische Verlagsgeselschaft M.B.H., Leipzig.
Photomechanical
reprint of Teil 1 and Teil 2 by Johnson Reprint Corporation, New York/London:
1971
Bovengenoemde
delen uit Rabenhorst's Kryptogamenflora behandelen tezamen slechts een
deel van de sieralgengeslachten, namelijk de genera van de Fam. Mesotaeniaceae
alsmede, van de overige families, de genera Penium, Closterium, Docidium,
Pleurotaenium, Triploceras, Ichthyocercus, Tetmemorus, Euastrum en Micrasterias.
De flora van Krieger kan als een degelijk en kritisch werk worden beschouwd.
Het is weliswaar primair gericht op de Europese vertegenwoordigers van
bovengenoemde geslachten, maar behandelt ook tal van opvallende soorten
uit tropische regionen. Helaas ontbreken echter de twee grootste en
taxonomisch lastigste geslachten: Cosmarium en Staurastrum. Evenals
de flora van West & West is ze voorts onvermijdelijk op een aantal punten
verouderd. Toch geldt ze nog altijd als een van de meest geraadpleegde
werken door sieralgenspecialisten, vooral waar het tropische soorten
betreft.
Zowel de originele uitgave als de herdruk zijn alleen antiquarisch verkrijgbaar.
- W.
Krieger & J. Gerloff: Die Gattung Cosmarium
Lieferung 1. 1962; Lief. 2. 1965; Lief. 3-4. 1969.
J. Cramer, Weinheim.
Bovengenoemde
vier afleveringen behandelen helaas niet het hele geslacht Cosmarium,
maar slechts de gladwandige soorten uit dat genus. Aanvankelijk door
Krieger gepland als onderdeel van Rabenhorst's Kryptogamen-Flora, werd
het werk uiteindelijk door Gerloff voltooid op basis van materiaal en
manuscripten, nagelaten door Krieger bij diens dood in 1954. Hoewel
Gerloff heeft geprobeerd het hoge wetenschappelijke niveau van Kriegers
werk in de Rabenhorst-serie te continueren, is hij daar niet in geslaagd.
De behandeling van de taxa in 'Die Gattung Cosmarium' is vrij oppervlakkig
en vaak niet erg kritisch. In principe beoogt het werk een overzicht
te geven van alle gladwandige Cosmarium-soorten uit de wereld. Door
het weinig-kritische karakter dient het in de praktijk meer als literatuur-referentiewerk
dan als een echte flora.
Nog te koop bij Koeltz (ca DM 120)
- J.
Ruzicka: Die Desmidiaceen Mitteleuropas
Band 1, Lieferung 1. 1977; Lief. 2. 1981.
E. Schweizerbart'sche Verlagsbuchhandlung, Stuttgart
Verreweg
de beste sieralgenflora die er is. Zeer kritisch, zeer uitgebreid en
met gedetailleerde, fraaie illustraties. Ruzicka heeft zichzelf hierbij
zulke hoge eisen gesteld dat hij het werk onmogelijk tijdens zijn leven
kon voltooien.
In genoemde twee delen worden de volgende geslachten behandeld: Gonatozygon,
Genicularia, Penium, Closterium, Docidium, Pleurotaenium, Triploceras,
Triplastrum, Actinotaenium, Tetmemorus, Euastrum en Micrasterias. Net
als in de flora van Krieger ontbreken dus de grote en moeilijke geslachten
Cosmarium en Staurastrum, evenals trouwens een serie kleinere genera
(waaronder de kolonievormende).
Beide delen nog te koop (Deel 1: ca DM 140; Deel 2: ca DM 200)
- K.
Förster: Conjugatophyceae - Zygnematales und Desmidiales (excl. Zygnemataceae)
Dr G. Huber-Pestalozzi: Das Phytoplankton des Süsswassers. Teil 8, 1.
Hälfte. 1982.
E. Schweizerbartsche Verlagsbuchhandlung, Stuttgart.
Een
degelijke, kritische flora, maar lijdend aan één groot bezwaar: het
bespreekt namelijk slechts een beperkte en tamelijk arbitraire selectie
van soorten, beschreven vanuit uiteenlopende werelddelen. Aangezien
de serie van Huber-Pestalozzi specifiek betrokken is op het plantaardig
plankton van het zoete water, heeft Förster zijn selectie gericht op
planktonisch levende sieralgsoorten. Onder de sieralgen komen echter
maar weinig echte planktonische soorten (euplanktonten) voor; de overgrote
meerderheid houdt zich op in het tychoplankton (tussen waterplanten).
Met name de aanvulling in Försters flora vanuit deze grote groep is
nogal willekeurig. Daarom voldoet deze flora vooral als een aanvullende
informatiebron, eerder dan als een basaal determinatiewerk.
Nog te koop (ca DM 180).
- G.W.
Prescott et al.: A Synopsis of North American Desmids
Part 1. Saccodermae, by G.W. Prescott, H.T. Croasdale & W.C. Vinyard.
1972.
Part 2. Placodermae.
Section 1, by G.W. Prescott, H.T. Croasdale & W.C. Vinyard. 1975.
Section 2, by G.W. Prescott, H.T. Croasdale & W.C. Vinyard. 1977.
Section 3, by G.W. Prescott, H.T. Croasdale, W.C. Vinyard & C.E.M. Bicudo.
1981.
Section 4, by G.W. Prescott, C.E. M. Bicudo & W.C. Vinyard. 1982.
Section 5, by H. Croasdale, C.E.M. Bicudo & G.W. Prescott. 1983.
Part
1: North American Flora, Series 2, Part 6. The New York Botanical Garden,
New York.
Part 2: University of Nebraska Press, Lincoln/London.
Geen
kritische flora, maar meer een overzicht (met illustraties) van alle
sieralgtaxa die ooit uit Noord Amerika zijn vermeld. Aangezien de Noord
Amerikaanse flora buitengewoon rijk is aan sieralgsoorten is Prescotts
synopsis vooral waardevol als literatuur-referentiewerk. Part 1 nog
slechts antiquarisch verkrijgbaar, Part 2 is onlangs in herdruk verschenen,
zie Koeltz
- H.
Croasdale et al: Flora of New Zealand Desmids
Volume 1, by H. Croasdale & E.A. Flint. 1986.
Volume 2, by H. Croasdale & E.A. Flint. 1988.
Volume 3, by H. Croasdale, E.A. Flint & M.M. Racine. 1994.
Vol.
1: Government Printing Office, Wellington.
Vol. 2: DSIR, Botany Division, Christchurch.
Vol. 3: Manaaki Whenua Press, Lincoln (N.Z.).
In
opzet vergelijkbaar met Prescotts 'Synopsis of North American desmids',
lijdt deze flora aan vergelijkbare tekortkomingen, hoewel de tekst over
het algemeen iets kritischer is en de gemiddelde kwaliteit van de illustraties
iets beter. Gezien de tamelijk geringe soortenrijkdom van de Nieuw Zeelandse
sieralgenflora is de toepasbaarheid van deze boekenserie buiten genoemd
eiland beperkt.
Nog te koop bij Koeltz (Vol. 1:
ca DM 50; Vol. 2: ca DM 80; Vol. 3: ca DM 150)
- R.
Lenzenweger: Desmidiaceenflora von Österreich
Teil
1. 1996 (Bibliotheca Phycologica 101)
Teil 2. 1997 (Bibliotheca Phycologica 102)
Teil 3. 1999 (Bibliotheca Phycologica 104)
J. Cramer, Stuttgart
Beknopte,
maar zeer bruikbare flora, rijk aan (merendeels originele) gedetailleerde
illustraties. Toepasbaar in het grootste deel van Europa. Hoewel taxonomisch
niet zeer kritisch, is het toch een van de beste opties voor de beginnende
desmidioloog in de gematigde en de alpiene klimaatsgebieden.
Te koop (bij Koeltz) voor ca DM
100 per deel.
- Peter F.M. Coesel & Koos J. Meesters Desmids of the lowlands– Mesotaeniaceae and Desmidiaceae of the European lowlands
2007, KNNV Publishing, The Netherlands.
Een flora voor het identificeren van alle in Nederland en aangrenzende laaglandgebieden voorkomende soorten sieralgen. Het boek beschrijft meer dan 500 soorten en nog eens ruim 150 variëteiten.
|
|
|