Closterium karnakense. Let op de sierlijk gebogen cel die slechts voor een klein deel door de chloroplasten wordt ingevuld.
Celafmetingen (L x B): 270 x 21 µm

Cl. karnakensedetail van celuiteinde. Let op de smal afgeronde apex.



 


Sieralg van de maand
januari 2026

Closterium karnakense


Closterium karnakense kan worden vergeleken met Cl. dianae (sieralg van augustus 2025). Beide soorten worden gekenmerkt door gelijkmatig gebogen, sierlijke cellen. Waar echter de celuiteinden bij Cl. dianae schuin zijn afgeknot en voorzien van een duidelijke eindpore, zijn die bij Cl. karnakense meer afgerond zonder zo'n pore. Het belangrijkste kenmerk van Cl. karnakense is echter gelegen in de relatief geringe omvang van de chloroplasten die slechts ongeveer de helft van de cel bestrijken. Voorts is er een verschil in ecologie: Cl. dianae is kenmerkend voor mesotroof zoet water, terwijl Cl. karnakense wordt aangetroffen in eutroof, veelal zwak brak water. In Nederland is de soort slechts van enkele vindplaatsen bekend.


Een andere cel van Cl. karnakense met iets grotere chloroplasten (maar nog altijd weinig ruimte innemend).


Bloei van Cl. karnakense waaraan de constantheid van het chloroplast-kenmerk is te zien.